Meneer
Sa'ih Bin Sakam, de laatste overlevende van het bloedbad te Rawagede,
heeft de historische uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 september helaas niet meer kunnen meemaken. Ook de formele excuses voor de oorlogsmisdaden, uitgesproken door ambassadeur Tjeerd de Zwaan op 9 december 2011, kwamen voor hem te laat.
Sa'ih Bin Sakam† 7mei 2011 (Opname
gemaakt in 1995)
Honderdvijftigduizend militairen werden vanaf 21 juli 1947 naar
Indonesië verscheept voor de Eerste Politionele Actie*. Vrijwel direct
na de Japanse capitulatie in 1945 verklaarde Indonesië zich
onafhankelijk, maar Nederland wilde de zeer winstgevende kolonie (oa
olie, rubber) niet opgeven. Operatie Product is de toepasselijke naam voor deze militaire actie.
De oorlogsmisdaden van Rawagede zijn gepleegd door dienstplichtige
infanteristen van de Koninklijke Landmacht onder leiding van Majoor
Wijnen van de 3e Tirailleurcompagnie van het 3e Bataljon 9e
Regiment, aangevuld met leden van de 1e Para Compagnie van het KNIL en
onderdelen van de 12e Veldcompagnie Genie en van Huzaren van Boreel.
(Archiefstuk) Een medewerker van de procureur-generaal aan het
Hooggerechtshof in Batavia schrijft in 1947: ‘Ruim weerstand Rawagede
op.’
Onmiddellijk na de moordpartij wordt direct alles in het werk gesteld
om de feiten te verdoezelen en de zaak in de doofpot te stoppen. Majoor
Wijnen krijgt opdracht alles te ontkennen tegen een onderzoekscommissie
van de Verenigde Naties, maar die ontdekt toch dat er liquidaties
hebben plaatsgevonden. het VN-rapport uit 1948 spreekt van ‘Moedwillig
en meedogenloos’, maar wordt door Nederlandse diplomatieke trucs nooit
in de algemene vergadering van de VN besproken.
Acht maanden na de massamoord is al besloten de Nederlandse daders niet
te vervolgen.
Luitenant-generaal Spoor, de verantwoordelijke legercommandant voor de
vervolging van militairen schrijft in een brief aan procureur-generaal
Felderhof dat hij in zijn maag zit met de zaak Rawagede. Majoor Wijnen
zal, als de zaak voor de krijgsraad komt, ‘zeker veroordeeld worden’.
Felderhof adviseert Spoor om de zaak te seponeren, omdat ‘iedere
vreemde inmenging en belangstelling is verdwenen’.
Het stilzwijgen wordt pas in 1969 tijdens een uitzending van Achter het
Nieuws doorbroken door psycholoog J.E. Hueting, die vertelt over
executies en derdegraadsverhoren* die hij heeft meegemaakt als militair
in Indonesië. De regering moet onder druk van de publieke opinie wel
handelen. Er wordt een ambtelijke commissie samengesteld die de
excessen* gaat onderzoeken. De commissie doet verslag van 76 zaken in
een rapport dat bekend staat als de Excessennota. De nota spreekt met
betrekking tot Rawagede van slechts ‘ongeveer twintig’ geëxecuteerden.
In 1971 vindt een wetswijziging plaats waardoor oorlogsmisdaden niet
langer kunnen verjaren. Uitdrukkelijk wordt in de wet opgenomen dat dit
niet geldt voor Nederlandse oorlogsmisdaden begaan in Indonesië tussen
1945-1950.
mevrouw Wanti, weduwe. Opname gemaakt in 1995
2008 Het deksel op de beerput begint te schuiven.
Sa’ih Bin Sakam overleefde in 1947 als een van de weinigen het bloedbad
in Rawagede en heeft samen met 9 weduwen in 2008 de Nederlandse staat
aansprakelijk gesteld. Sa'ih en de weduwen hebben aangegeven “geen
haat- of wraakgevoelens tegen individuele militairen te koesteren”,
maar eisen excuses en genoegdoening van de Nederlandse staat voor wat
hun in 1947 uit naam van die staat is aangedaan.
De staat erkent in de civielrechterlijke procedure dat er door het
Nederlandse leger oorlogsmisdrijven zijn gepleegd. Maar Maxime
Verhagen, op dat moment minister van buitenlandse zaken wil geen
financiële genoegdoening geven. De zaak is verjaard, zo stelt de
landsadvocaat.
De Nederlandse staat wordt in het ongelijk gesteld - 14 september 2011
Al Jazeera 14 september (Engels)
*politionele actie = Nederlandse koloniale oorlog
*derdegraads verhoor = marteling door Nederlandse militairen
*excessen = oorlogsmisdaden gepleegd door Nederlandse militairen.