Eerherstel drie Mariniers

Je weigert een dorp in brand te steken en moet daarom jaren de gevangenis in

Vrijwel direct na de Japanse capitulatie in 1945 verklaarde Indonesië zich onafhankelijk, maar Nederland wilde de zeer winstgevende kolonie niet opgeven. Honderdvijftigduizend militairen werden naar Indonesië verscheept om deel te nemen aan Operatie Product die op 21 juli 1947 begon. Operatie Product, beter bekend als ‘eerste politionele actie’, eindigde in de nacht van 4 op 5 augustus met het eenzijdig door Nederland instellen van een wapenstilstandslijn, Van-Mook-Lijn. De vijandelijkheden gingen echter onverminderd door.

Compagnie “L” van het 3e infanteriebataljon Mariniersbrigade had zonder veel tegenstand de stad Malang in Oost-Java ingenomen en was verder richting Zuid-Oosten opgerukt. De vaak slechts met kapmessen en bamboesperen uitgeruste strijders van de Indonesische Republiek waren in een open confrontatie geen partij voor de gemechaniseerde en tot de tanden bewapende mariniers. De zwakkere partij kiest in dit soort situaties altijd voor guerrillatactieken.

1e Luitenant (later kapitein) Grijzen verklaart:

“Er werden dagelijks vers gelegde mijnen gevonden, voornamelijk op dat gedeelte van de weg gelegen ten Noorden van kampong SOETODJAJAN. Niettegenstaande de dagelijkse mijnencontrole reed op 10 Augustus 1947 een Jeep op een mijn op punt J 370-919, waarbij onder meer een Officier zwaar gewond werd. Bovendien reed op dezelfde dag een truck op een mijn. Aangezien alle gevonden sporen in verband met het mijnen leggen leidden naar het kampong-complex SOETODJAJAN, concludeerde ik, dat dat de mijnen werden gelegd vanuit de laatstgenoemde kampong”

Grijzen achtte het “tactisch noodzakelijk om de kampong te elimineren” en dat kon op drie manieren worden gedaan:

a) mortiervuur
b) artillerievuur
c) afbranding

Er werd voor c) gekozen omdat bij “a) en b) te veel slachtoffers zouden vallen onder de kampongbevolking en bovendien zouden de middelen veel munitie vergen”.

Stafkaart-Kepandjen
Grijzen even verderop: ”Met deze opdracht belastte ik de Luitenant der Mariniers Herklots, die deze opdracht op 11 Augustus uitvoerde op bovenvermelde wijze.”

Tijdens het ‘sweepen’ van de kampong weigeren 3 mariniers de order om brand te stichten op te volgen.

Voor een reconstructie van de gebeurtenissen beginnen we met flarden van de rechtbankstukken gepubliceerd in het Militair Rechtelijk Tijdschrift 1948; deel 41, blz. 327-339. (compleet: download 8,8 Mb)

De drie mariniers worden in de stukken ‘sergeant SMT’, ‘korporaal der mariniers AA’ en ‘marinier der 3e klasse BB’ genoemd.

Krijgsraad bij de zeemacht in Oost-Indië. Vonnis van 5 Januari 1948.

Opdracht, aan twee geweergroepen van de Mariniersbrigade, om een nauwkeurig aangegeven strook van een kampong plat te branden teneinde daardoor de extremisten te bemoeilijken in het aanvoeren van landmijnen en het beschieten van de aanvoerweg van de Marinierspost, waartoe dit kampong-complex gebruikt werd. Beklaagde, sergeant SMT en commandant van één dier geweergroepen, weigerde deze opdracht uit te voeren, daar hij de uitvoering niet in overeenstemming kon brengen met zijn Christelijke principes en hij de militaire noodzaak van de actie niet inzag; voorts zette beklaagde andere militairen tot gelijke ongehoorzaamheid aan. Sergeant verklaarde dat er geen sprake was van een gevecht met de vijand, aangezien er tijdens zijn verblijf sedert 6 Augustus 1947 op de in de nabijheid van kampong Soetodjajan gelegen post Pakisadji geen schot is gevallen.

Toen op de avond van 10 Augustus op hun post bekend werd dat de volgende dag een patrouille zou plaats vinden en dat er dan tevens een kampongcomplex in de as zou worden gelegd; dat er toen hierdoor al een zekere stemming onder de manschappen ontstond daar deze gekant waren tegen het in brand steken van kampongs.

[SMT er] niet van overtuigd is dat aanvoer van landmijnen door platbranden kan worden voorkomen. Het verkrijgen van een schootsveld gelooft hij ook niet in.

Luitenant Herklots heeft vóór het vertrek de commandanten der beide geweergroepen, t.w. de sergeant SMT en de sergeant Timmerman bij zich geroepen en hun de order medegedeeld. Sergeant Timmerman heeft deze prompt uitgevoerd, maar SMT niet. Ook AA en BB weigerden.

Herklots heeft AA en BB toen nogmaals de order heeft gegeven om de huizen in brand te steken, doch beiden bleven volharden in hun weigering. SMT: “Dit huis wordt niet in brand gestoken” en dat RR hem, getuige, toevoegde: “Je bent een smerige lafaard als je dit huis in brand steekt”

De Krijgsraad maakt de weigeraars ernstige verwijten:

Het te onpas naar voren brengen van “gewetensbezwaren” (nog wel onwettige en ongefundeerde) en aanverwante termen, gedurende ogenblikken dat de krijgsmacht als een hecht aaneengesloten geheel voor het welzijn van het vaderland dient op te komen, deprimerend op de andere mariniers en desorganiserend voor de krijgsmacht kan werken en dat SMT louter gedreven wordt door een eigenaardige lust tot critiek op een militair bevel.

[Bovendien kan het in bepaalde gevallen] zelfs nuttig en nodig zijn door tijdige represaille groter dreigend gevaar de kop in te drukken.

Tijdens het Hoger Beroep komt de krijgsraad met deze militaire logica:

…..dat zij a priori ervan uitgaan te doen hebben met dienstbevelen, welke maatregelen van militaire noodzaak en dus niet van repressaille inhouden.

Hoog Militair Gerechtshof van Ned.-Indië. Sententie van 24 Maart 1948 (uitgesproken 2 April 1948)

Opmerkelijk is, dat de 3 gevallen van dienstweigering, welke hebben plaats gevonden, w.o. die van beklaagde, afkomstig zijn van militairen uit een en dezelfde geweergroep, n1. uit die waarvan beklaagde de commandant was en waarin een zekere BB, die meer ernstig gemeende “Christelijke bezwaren” had en deze ook had verkondigd, door zijn uitgebreidere schoolopeiding(3e klasse gymnasium) enig overwicht op de anderen in zijn groep uitoefende waardoor de laatsten klaarblijkelijk tegen hem als den intellectueel meer ontwikkelde opzagen en aldus des te gemakkelijker voor zijn ideeën toegankelijk waren.

De schrijver van het NASCHRIFT vraagt zich nog af:

Is het mogelijk dat SMT min of meer uit bravoure en om, in zijn kring op te vallen en belangrijk te schijnen, maar wellicht toch ook voor een deel op grond van die verwrongen schildering van de militaire plichten, gemeend heeft zijn steentje tot het algemeen welzijn te hebben moeten bijdragen?

De straffen worden uiteindelijk respectievelijk 2,5 jaar, 2 jaar en 1,5 jaar.

Tot hier het oordeel van de krijgsraad.

De namen van de drie mariniers:

1) Marinus Smit, geboren 8 april 1914, Noordwijk-Binnen
2) Louis J. Stokking, geboren 29 januari 1919, Amsterdam
3) Johannes H.J. de Hoog, geboren 9 december 1928, Rotterdam

Het niet opvolgen van een bevel is enigszins voor te stellen als het om dienstplichtigen zou gaan die niets van militaire discipline moeten hebben. Maar Smit en Stokking zijn beroepsmariniers, de Hoog OVW-er. Tot het incident konden zij bogen op een schitterende tot goede staat van dienst.

Reconstructie: Deel II

– schootsveld verkrijgen
– aanvoer mijnen stoppen
– represaille,

Wat is het nou?

– Schootsveld verkrijgen

Marinus Smit heeft voor de krijgsraad gesteld dat “een schootsveld nimmer drie kilometer van een post verwijderd wordt gemaakt en dan ook de huizen, struiken en bomen aan de voorkant van de kampong hadden moeten worden opgeruimd”.

In het geval Soetodjajan is dat allemaal niet gebeurd. Een paar dagen eerder werd in Kendalpajak (2km ten Noord-Oosten van Soetodjajan) echt een schootsveld gemaakt en dat ging zo:

“De Amtracks stonden zodanig opgesteld dat zij 360 graden konden beschieten als dat nodig mocht zijn. De groepscommandanten kwamen terug en vertelden ons, dat wij voorlopig in Kendalpajak bleven. Hoelang was onbekend. De twee Amtracks bleven ook op Kendalpajak. We moesten wel een ruim schootsveld maken. Alle bomen en struiken werden omgehaald. We maakten alarmstellingen en overdag waren de wapens op de Amtrack door ons bezet. XX stelde voor om met de amtracks de bomen om de duwen. De pisangbomen waren zo weg. De chauffeurs van de Amtracks hadden geen bezwaar en zij maakten voor ons een zeer ruim schootsveld. ‘Dat gaat effe gemakkelijk, moet je zien wat een schootsveld we nu hebben. Die ploppers kunnen nu niet zo maar op onze nek springen.’ zei YY.” (uit memoires van een veteraan)

De excessennota vermeldt:

Op 14 oktober 1948 hebben de leden van de Tweede Kamer, de heren Van der Goes van Naters en Vorrink, over de veroordeling van de drie mariniers vragen gesteld aan de MinisterPresident en de Minister van Overzeese Gebiedsdelen. Beide bewindslieden werden daarbij uitgenodigd om na “een met de nodige waarborgen van objectiviteit omkleed onderzoek” te willen uitspreken of het platbranden van de kampong als militaire noodzaak dan wel als daad van represaille moest worden gezien.

De Minister van Overzeese Gebiedsdelen Sassen heeft ernstige twijfels of er wel echt sprake was van militaire noodzaak en heeft op 11 november 1948 de Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon getelegrafeerd ”dat de militaire noodzaak niet overtuigend blijkt uit de processtukkenen en de daarbij gevoegde topographische kaart.”

Ook Minister-President Drees bemoeit zich met dit specifieke geval en dringt aan op spoedige reactie vanuit Indonesië, maar vanwege een “ongelukkige samenloop van omstandigheden“ is men aan de andere kant van de wereld op 29 januari 1949 nog steeds niet toegekomen aan het inwinnen van informatie. De drie mariniers die inmiddels gratieverzoeken hebben ingediend blijven daardoor onnodig lang in detentie.

– aanvoer mijnen stoppen

Alle huizen in het gebied van 500 x 200 meter werden doorzocht voordat ze in brand werden gestoken. Er werd geen enkel wapen en al helemaal geen mijn gevonden.

Verder is opmerkelijk dat commandant Grijzen in een rapport schrijft:
“12 Augustus 1947 […] Daar de weg Pakisadji – Kendalpajak geregeld ondermijnd was, werd deze gesloten en voortaan de weg Malang – Kendalpajak gebruikt.”

Eerst een kampong afbranden om een schootsveld te verkrijgen en de aanvoer van mijnen tegen te gaan met de intentie op die manier transport over de weg veiliger te maken en vervolgens een dag later diezelfde weg sluiten? Deze manier van optreden kan met de beste wil van de wereld niet als ‘militair noodzakelijk’ worden geclassificeerd.

Reconstructie: Deel III

Verklaringen Indonesische getuigen

Pak-JasmanMeneer Jasman, 94 jaar op het moment dat hij in 2011 door schrijver  van dit artikel en Iwan Santosa, journalist van het Indonesische     dagblad ‘Kompas’ werd geïnterviewd. Trots poseert hij in zijn huis teSoetodjajan/Wonokerso met op de achtergrond nog altijd Bung Karno aande muur.

Meneer Jasman herinnert zich het afbranden van de kampong. Eerst zegt hij dat het in 1948 is gebeurd, maar na enig nadenken weet hij dat het 1947 moet zijn geweest.

Hij heeft het op enige afstand met eigen ogen gezien. Op geen enkel moment in het interview maakt hij melding van onenigheid onder de Nederlandse mariniers. Wel herinnert hij zich dat ‘een jongen’ heeft geprobeerd het wapen van een marinier af te pakken en deze jongen ter plekke door de mariniers werd geëxecuteerd. Dit komt overeen met de rechtbankverslagen van de krijgsraad, hoewel daar terloops twee ‘neergelegden’ worden vermeld.

Meneer Jasman is er van overtuigd dat de brandstichting een represaille was, omdat er kort daarvoor op de Nederlandse militairen zou zijn geschoten. Door wie weet hij niet. Volgens hem waren er in Soetodjajan in die periode geen ‘vrijheidsstrijders’.

Enige tijd na de brand vraagt een Chinese handelaar of Jasman hem over de bestandslijn kan smokkelen. Ze proberen het, maar een Nederlandse wachtpost krijgt het tweetal in de gaten en Jasman kan nog net zijn identiteitspapieren weggooien voor hij wordt gearresteerd. Een jaar lang wordt Jasman gedetineerd en naar eigen zeggen met stroom gemarteld. Een stroomdraad met knijper wordt aan een van zijn vingers bevestigd en dan begint de ondervrager aan een zwengel te draaien.

Voor wie marteling door Nederlandse militairen onwaarschijnlijk of zelfs onmogelijk acht:
”Marteling, het opzettelijk pijn en letsel toebrengen aan een weerloos slachtoffer, gebeurde routinematig. Er werd vaak gemarteld met elektrische stroom, dat is handig en schoon en men kan daar de veldtelefoon voor gebruiken. Maar er waren ook andere methoden.”
(Herman Burgers in de Volkskrant 24 november 2011)

Getuige II is 92 jaar (2011) en legt uit dat hij vlakbij de bestandslijn woont die in 1947 door de Nederlanders is ingesteld. Deze informatie is belangrijk omdat bij het bestuderen van de stafkaart blijkt dat Soetodjajan in tweeën wordt gedeeld door de Van-Mook-Lijn.

Het afgebrande deel van de kampong blijkt precies aan de Nederlandse kant van de bestandslijn te liggen. Dit wordt in de Nederlandse stukken over ‘Pakisadji’ vreemd genoeg nergens vermeld.

Wilde men een internationaal incident vermijden en werd daarom alleen het ‘Nederlandse’ deel van de kampong afgebrand? Nam kapitein Grijzen zelf de beslissing om Soetodjajan tot precies aan de bestandslijn af te laten branden of kreeg hij orders van hogerhand?

Getuige heeft net als meneer Jasman de brand gezien en vermeldt ook het incident met de jongen die werd geëxecuteerd en herinnert zich dat deze geestelijk gehandicapt was. Hij vertelt verder dat hij op een avond ongewapend als burgerwacht over straat liep en staande werd gehouden en ondervraagd door Nederlandse militairen. Hij antwoordde dat hij ‘wacht liep’ en dit werd opgevat als patrouilleren van een vijandig strijder. Getuige vertelt dat hij gevangen werd genomen en tijdens ondervragingen op de kop werd opgehangen en langdurig met stokken werd geslagen. Zoals Herman Burgers al zei: “er waren ook andere methoden”.

Soetodjajan werd op 11 augustus 1947 afgebrand en op 23 november van datzelfde jaar werden honderd gevangenen per trein van Bondowoso naar Soerabaja vervoerd. Zesenveertig van hen bleken na aankomst door verstikking om het leven te zijn gekomen.

Bondowoso-wagon  Eén van de wagons van het beruchte transport. Oorlogsmuseum Malang

De Bondowoso-affaire kreeg enorm veel publiciteit. In eerste instantie werd slechts één militair tot één maand veroordeeld. In hoger beroep tenslotte werden drie officieren en vijf minderen veroordeeld tot straffen variërend van 8 tot 2 maanden.

“Het militaire rechtssysteem was heel wat clementer voor misdadige meelopers, dan voor mensen die naar hun geweten bleven luisteren. En de politiek dekte de militairen. Zo ging dat toen in dit land.”
(Jan Greven – Trouw 12 augustus 1995)

Verder vroeg men zich destijds af of de regel “Befehl ist Befehl” in de Nederlandse rechtsstaat gelding heeft, hetgeen door premier Drees ontkennend wordt beantwoord.

Na druk vanuit de PvdA-Tweede Kamerfractie wordt bij Koninklijk Besluit gratie verleend aan de drie mariniers. Twee van hen hebben dan hun straf al volledig uitgezeten. De vonnissen blijven bovendien gehandhaafd en van eerherstel is geen sprake.

Maken we in 2012, met alle wijsheid achteraf, de balans op:

Conclusie a): Er was in het geval ‘Pakisadji’ geen sprake van het ‘verkrijgen van een schootsveld’ en ook het ‘bemoeilijken van de aanvoer van mijnen’ kan onmogelijk de reden voor de brandstichting zijn geweest.

Conclusie b): Er blijft maar één andere mogelijkheid over en dat is dat de drie weigerende mariniers gelijk hebben en de brandstichting alleen een represaillemaatregel was.

Eindconclusie

Prof. Dr. Fasseur (over Rawagede en andere Nederlandse ereschulden) formuleert het 26 november 2008 in dagblad Trouw zo:

“En er is nog iets. Dat is eerherstel, desnoods postuum, voor de drie mariniers die op 11 augustus 1947 weigerden een kampong in Pakisadji (Oost-Java) in brand te steken. Zij wilden zich niet schuldig maken aan ’Duitse’ represailles. Zij kregen lange gevangenisstraffen, niet omdat zij wreedheden hadden begaan, maar voor het niet-opvolgen van een dienstbevel.”

speaker
Update 6 juni 2012: interview Radio 1 KRO Goedemorgen Nederland

Update 10 juni 2012: Kamervragen naar aanleiding van dit artikel

Update 19 september 2012: Antwoorden van minister Hillen op kamervragen:
hier en hier

Update 20 november 2012:
Vragen van Tweede Kamerlid Frans Timmermans
aan Zijne Excellentie minister Frans Timmermans – zie: Open Brief

Eerherstel drie Mariniers:  DEEL II

Dit artikel is tot stand gekomen met grote inzet van:

Odette Franssen, genealoge
Marjolein van Pagee, fotografe
Jeffry Pondaag, voorzitter K.u.k.b.nl

2 thoughts on “Eerherstel drie Mariniers

  1. ter plekke (pakisadji) 59 meter vanaf kruispunt in daar aanwezig school gebouwtje ondergebracht als mortierist Gr, 2 onder bevel van KPLmarns Barendrecht. Onze groepen waren bezig aan het installeren van mortier opstellingen nadat de dag er voor onze schootsdoelen werden bepaald,
    Hiertoe werden er drie cocos palmen in gekort. Dit geschiedde door nabij wonende inlanders. (Medewerking bevolking dus) net even na acht uur ‘s ochtends brak ineens de hel uit vlak achter ons waar naar eigen waarneming drie bedek kampong huizen in vuur en vlam stonden. Brandende van vooral dikke bamboesche draag balken exploderen alsof het zwaar geweervuur is..
    Niets wetende van de ondernomen straf maatregel hielpen Henk Appels, Jan Beima,Bekker en Besseling alsook ik zelf met het proberen veilig stellen van huisraad. maar werden toen gewaar van de gegeven opdrachten. Wel vernamen we van “de maten” dat velen de hun verstrekte lucifers gebruikten om het bijna overal aanwezige geiten hooivoer op een veilige open plaats in brand te steken waardoor sterke rook ontwikkeling maar geen brand ontstond. Kennelijk was het meerendeel van ons het dus niet eens met deze politiek.
    De plaatselijk bevolking bleek vanaf dag 1 open en vriendelijk te zijn. zoals trouwens ondervomden werd gedurende onze gehele actie tijd.
    Na dat ik hier het gehele relaas voorgechoteld kreeg werd me tevens duidelijk dat het aan ons voorgehouden verhaaltje als zou de kapalla dessa ter plaatse ondergrondse schuil keldertjes die we overal aantroffen als opslagplaatsen had gebruikt waar trekbommen en mijnen in waren aangetroffen, op pure onwaarheden berustten.
    Er is dus op en via hogerhand getracht deze gehele affaire met poeiersuiker te bestrooien.

  2. MH17 – als ik Premier van Nederland was |

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s