Eerherstel drie Mariniers – Deel III

Op 11 augustus 1947 weigerden drie Nederlandse mariniers het dorpje Soetodjajan op Java in brand te steken. Zij werden tot lange gevangenisstraffen veroordeeld, omdat de staat beweerde dat de brandstichting militair noodzakelijk was.

Deel I bewijst onomstotelijk dat de versie van de Nederlandse staat niet klopt.
Deel II behandelt de context waarin de militaire operaties plaatsvonden.

Brandstichting = standaardprocedure in Nederlands militaire historie

Nooit eerder gepubliceerde foto’s uit een onbekend privé-album dat 7mei.nl ter inzage kreeg. Teksten op de achterkant van de foto’s zijn van de vader van de nieuwe bezitter, een onlangs overleden dienstplichtig veteraan van de Koninklijke Landmacht.

5

5b

De Nederlandse propaganda probeerde een ander beeld te communiceren:

propaganda
Maken we een sprong terug in de tijd. Multatuli schrijft in 1872:

“Ja, ‘t dorp was veroverd door Nederlandsche soldaten, en stond dus in brand.”

“In den Havelaar spreek ik ergens over: ‘een dorp dat pas was veroverd door Nederlandsche soldaten, en dus in brand stond.’ Dat ‘dus‘ is pikant? Kunstig? Ik ben niet kunstig, en waar ik pikant ben, is ‘t alleen omdat de waarheid pikant is. Ik begrijp wel dat handeldrijvende Nederlanders – uit zuinigheid – mij liever houden voor een kunsten schrijver, dan voor een schrijver die de waarheid zegt, omdat de kunst te koop is voor weinig centen huurgeld, en het erkennen van de waarheid heel duur kosten zou, maar toch wil ik nu en dan een bijdrage leveren tot de stukken van het proces, dat er later zal worden gevoerd tusschen de Hollandsche natie en mijn nagedachtenis. Ik zeg: ‘dat dorp stond in brand, omdat het veroverd was door Nederlandsche soldaten.’ Hierin ligt heel duidelijk de beschuldiging dat ons krijgsvolk schandelijk huishoudt in veroverde plaatsen, en ik, die gewoonlijk vrij juist meen wat er in mijn uitdrukkingen ligt, verklaar dan ook bij dezen dat inderdaad mijn bedoeling was die beschuldiging in te brengen tegen de, voor hoog geld gehuurde, welgewapende colporteurs van Nederlandsche beschaving en verdere deugden. Ja, ‘t dorp was veroverd door Nederlandsche soldaten, en stond dus in brand. Op Nederlandsche heldendeugd volgt brand. Nederlandsche overwinning leidt tot verwoesting. Nederlandsche krijgsbedrijven baren wanhoop.” (Multatuli – Idee 304)

Veel tijdgenoten beweerden dat Multatuli in de beschrijving van de wandaden sterk overdreef, een beschuldiging die E. du Perron weerlegde in De man van Lebak (1938). Uit memoires en onderlinge strijdschriften van gepensioneerde generaals verzamelde Du Perron onweerlegbare bewijzen dat de bewering klopte.

Generaal Van Swieten bijvoorbeeld schreef over de oorlogvoering op Sumatra in 1849: ‘Om de afschuwelijke daden te verbloemen leest men in de rapporten niet meer van verbranden van kampongs; men noemt het nu tuchtigen dat niets anders is dan een eufemisme voor verbranden van huizen, verwoesten van oogsten en het omkappen van vruchtbomen.’

Een andere generaal, Verspyck, onderbevelhebber van Van Swieten, noteerde in zijn memoires: ‘Niet alleen is generaal Van Swieten een brandstichter gelijk generaal Pel, generaal Van der Heijden en generaal Verspyck, maar hij is een groter brandstichter dan al die brandstichters, want hij ging hen voor, hij legde hen de taak op, zelfs voor de toekomst als hij al zou zijn weggegaan, om de brandfakkel te blijven hanteren tot het einde toe.’

Geschiedschrijving is geen harde wetenschap als natuur- of wiskunde.

Geschiedenis is alles wat we niet zijn vergeten en er zijn altijd verschillende interpretaties van de feiten mogelijk. Vergelijken we de Nederlandse en de Indonesische vertellingen over prins Diponegoro met behulp van twee schilderijen.

Prins Diponegoro werd op 11 november 1783 geboren in Yogjakarta en is een van de nationale helden van Indonesië.

Links: “De onderwerping van Diponegoro aan luitenant-generaal De Kock”, geschilderd door Nicolaas Pieneman (1809-1860) Olie op canvas, 77 x 100 cm, Rijksmuseum Amsterdam.

Rechts: “De arrestatie van Diponegoro”, geschilderd door Raden Saleh (1807-1880) Olie op canvas, 112 x 178 cm, Museum Istana Jakarta.

Pieneman toont een onderdanige Diponegoro, net als zijn volgelingen. Iedereen op het schilderij lijkt te begrijpen dat de harde actie van de Kock’s het beste is voor de Javanen. De arme generaal De Kock heeft geen andere keuze dan Diponegoro weg te sturen. Net als een liefhebbende vader die zijn dwalende zoon een waardevolle les wil leren.

Raden Saleh toont een boze Diponegoro als centrale figuur in het midden van het schilderij. Hij probeert zijn emoties onder controle te houden. Zijn blik is uitdagend terwijl de Nederlandse officieren versteende gezichten hebben en niemand recht in de ogen kijken.

In Pieneman’s versie staat Diponegoro een stap lager dan De Kock. Raden Saleh zet beiden op hetzelfde niveau en Diponegoro wordt hier niet uitgewezen uit zijn land, maar wordt door een wat hopeloze De Kock op de wachtende koets gewezen.

Interessant is dat de hoofden van de belangrijkste Nederlandse officieren iets te groot zijn. Deze ´fout´ heeft Raden Saleh niet met de Javanen op het schilderij gemaakt. Dat komt omdat deze ´fout´geen fout is maar een verborgen boodschap die de Nederlanders als monsters afschildert. Het schilderij heeft twee betekenissen: een open betekenis voor de Nederlandse kijker en een tweede, verborgen betekenis voor een Javaans publiek. Voor hen is De Kock een vrouwelijke Raksasa, een monster met een monstreus hoofd.

Belangrijkste verschil tussen de aanpak van Pieneman en Saleh is de verschillende invalshoek die de schilders voor het drama kozen. Pieneman toont een perspectief uit het Zuid-Westen, terwijl Raden Saleh het Zuid-Oosten als vertrekpunt kiest. De Nederlander laat een scherpe Westenwind zien (normaal in Nederland) en dat zorgt voor een dynamisch wapperende Nederlandse vlag.

Het schilderij van Raden Saleh toont een bedrogen Diponegoro, geen verslagen krijger. Hij is verraden, slachtoffer van de Nederlandse achterbaksheid. Er was hem immers een vrijgeleide beloofd.

Het Nieuw Zwartboek van Nederland Overzee

documenteert met meer dan honderd voorbeelden – van de massamoord door Jan Pietersz Coen op Banda tot die door dienstplichtige soldaten in Rawagede – dat de gebeurtenissen die vaak de `schaduwkanten’ of `zwarte bladzijden’ van het koloniale verleden worden genoemd geen bijverschijnselen waren, maar juist de pijlers waarop de overzeese macht steunde.

nieuw-zwartboek
Enkele passages uit het boek:

1621: De volkenmoord op de Banda-eilanden

Gouverneur-generaal Jan Pietersz Coen had volgens plan de Nederlandse onderneming met de verwoesting van Jacatra en de stichting van Batavia een vast steunpunt op Java en in Oost-Indië bezorgd, nu wilde hij ook op de Specerijeneilanden de posities van de VOC versterken. Ijzeren Coen bleef aan het werk voor de aandeelhouders in het vaderland. Met een vloot van twaalf schepen voer hij weer uit naar de Molukken.

Gedurende de ruim twintig jaar dat de VOC de Banda-eilanden bezocht, probeerden soldaten steeds de bevolking met geweld te dwingen alle foelie en muskaatnoten uitsluitend aan hun Compagnie te verkopen, liefst tegen een lagere prijs dan Arabische en Engelse concurrenten boden. Natuurlijk probeerden veel boeren de afgeperste regels te ontduiken. Dan stuurde de VOC haar geharnaste mannen die met geronselde plaatselijke mensen en Japanse huursoldaten de stille eilanden met terreur onderwierpen. Zij brachten lokale leiders naar een geïmproviseerde executieplaats, staken hun huizen en boten in brand, en hakten hun tuinen om.

1876-1879: Generaal ‘Eenoog’ Van der Heijden in Atjeh

Karel van der Heijden (1826-1900) had een Nederlandse vader en een Javaanse moeder en zoals veel ‘gemengdbloedigen’ koos hij radicaal voor de kant van zijn vader: 15 jaar oud trad hij in dienst van het leger dat het volk van zijn moeder overheerste. In 1848 nam hij deel aan de Tweede Bali-Expeditie en in 1849 tijdens de Derde Bali-Expeditie verdiende hij bij de aanval op Djagaraga de Militaire Willemsorde. Bevorderd tot tweede luitenant in 1850 vocht hij op talrijke plaatsen in de archipel, doorliep de rangen en werd in 1875 kolonel. Een jaar later benoemde de regering hem tot gouverneur en militaire bevelhebber van Atjeh. Hier zou Van der Heijden in de komende drie jaar op veel plaatsen orde en rust brengen: de rust van het kerkhof. Voortdurend ondernam hij militaire acties, waarbij hij graag de hele bevolking van jong tot oud terroriseerde door kampongs en tuinen in brand te steken. Hij voerde ‘de oorlog met de fakkel’ ook genoemd ‘de methode van de rode haan’. Tijdens de roemruchte expeditie naar Salamangan verloor hij bij de bestorming van Temoelis door een schampschot zijn linkeroog.

1894: Het vijfschots-repeteergeweer en de Eereschuld

Na de overwinning op Lombok ontstond in Nederland en Oost-Indië – wat heette – ‘een nieuw elan in de koloniale politiek.’ Een luitenant-generaal b.d. schreef later: ‘Naar veler mening is de Lombok-Expeditie in zekere zin te beschouwen als het “réveil” van ons machts- en krachtsbewustzijn in Nederlandsch-Indië.’ Het succes op Lombok maakte het voor gouverneurgeneraal Van der Wijck mogelijk om bij de opstand van Toekoe Oemar in Atjeh in 1896, ‘een gedragslijn te volgen, die uiteindelijk tot de volkomen onderwerping en pacificatie van Atjeh en Onderhoorigheden heeft geleid.’ Bovendien ‘heeft het hierdoor naarboven gekomen krachtsbewustzijn in de jaren van gouverneur-generaal Van Heutsz geleid tot ons daadwerkelijk bestuur over geheel Nederlandsch-Indië.’

Het nieuw elan zette een golf van oorlogen en veldslagen in gang. Met dezelfde energie waarmee generaal Vetter op Lombok Mataram tot de grond toe liet afbreken, trad hij op als regeringscommissaris in Atjeh: na de val van Toekoe Oemar in 1896 liet hij bij wijze van ‘tuchtiging’ in een groot gebied ook daar – na ‘het “reveil” van ons nieuwe krachts- en machtsbewustzijn’ – nagenoeg alle vruchtbomen omhakken en de kampongs platbranden.

Wat was het verschil met vroeger? Vanaf de Tweede Lombok-Expeditie is voortdurend de vuurkracht versterkt: de Militaire Verslagen beschrijven het optreden meer en meer als pogingen om de tegenstander met een overmacht aan industriële middelen te vernietigen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s